Gekregen voor mijn 27e verjaardag; Boeddhisme voor Moeders, van Sarah Napthali. Van dezelfde schrijfster had ik al het boek Opvoeden is Kinderspel, en was er dusdanig door verrast, dat ik dit boek ook op mijn verlanglijstje had gezet.
Eindelijk een boek waarin de schrijfster oog heeft voor de spirituele kant van de opvoeding. Geen eindeloze opsommingen van 'hoe je zou moeten opvoeden' (en steeds het gevoel te krijgen op alle fronten te falen), maar een pleidooi voor ontspannen en bewust ouderschap. En hoewel de titel een boek met ernstig taalgebruik doet vermoeden is de boodschap opvallend luchtig, relativerend en bij vlagen erg vermakelijk.
Het enige minpunt; ik begrijp niet waarom het boek zich tot moeders richt, want ook vaders zouden baat kunnen hebben bij kalmte, rust en blijdschap in de opvoeding van hun kinderen. De inhoud is universeel, kent geen kleur of sekse, dus waarom de helft van de wereldbevolking uitsluiten? Want onderstaande quote is toch niet alleen voor moeders van belang;
'Als je kinderen eenmaal groot zijn, wat voor soort moeder (of vader!) zul je dan geweest zijn? Hoe zullen je kinderen je beschrijven? … Welk effect zullen je woorden en daden op je kinderen hebben gehad? En wat voor soort rolmodel zul je zijn geweest? … We kunnen ons verleden niet veranderen en ook niet onze toekomst dicteren; het enige waar we invloed op hebben is het heden. Daar moeten we dus ons bewustzijn op concentreren.'
Het begrip karma hoeft niets magisch of bijgelovigs te betekenen. Karma gaat over oorzaak en gevolg. Om met de woorden van de Boeddha te spreken;
'Waar we ook heen gaan, waar we ook verblijven, de gevolgen van onze daden vergezellen ons.'
Niets ontstaat uit zichzelf. In deze versregels toont de Boeddha het belang van gedachten bij het creeren van karma;
'De gedachte manifesteert zich als woord;
Het woord manifesteert zich als daad;
De daad ontwikkelt zich tot gewoonte;
En de gewoonte verhardt zich tot karakter.'
Makya en Vriendje hebben beiden een eigen matra. 'Ik ben liefdevol' (Makya) en 'Ik ben geduldig' (Mak-man), als antwoord op de vraag; Als je kinderen eenmaal groot zijn, welke ouder zul je geweest zijn?
Het voelt een beetje gekunselt af en toe. Wanneer je kroost de hele dag dwars ligt, je bezig bent de derde beker appelsap op te dweilen en de jongste kans heeft gezien om stiekem in haar broek te poepen, is het lastig om geduldig en liefdevol te blijven. Maar toch, als je het moment heel even los kan laten en je kan richten op het grote geheel ('Wat zegt dit over mij, dat ik uit mijn vel dreig te springen over zaken die niet bepaald levensbedreigend zijn?'), dan waait de boze bui snel over en voor ik het weet lig ik weer in de hangmat een boekje te lezen met een fris gedoucht peutermeisje in mijn armen. In elkaar gestrengelt, duimpje in haar mond, aai over haar bolletje en kwijlkus in mijn nek. Wat is het leven dan toch prachtig!